Wat is het verband tussen een doopvont uit een oud romaans kerkje, vastgebouwd aan een oude boerderij langs de voie verte, en een aantal gipsovens daar zo’n 30 km vandaan?
het verband ligt misschien niet erg voor de hand, maar het is er wel. Nadat we benaderd waren door iemand van de “Association des amis du vieux Berzé (AVB)" (zie ook de vorige blog) lag het voor de hand ook even op die website te neuzen, en daar vond ik onder “Partenaires” een link naar een site die zich blijkbaar bezighield met het inventariseren van romaanse kerken in Bourgondië, “Le site sur l'Art Roman en Bourgogne". En omdat ik zijdelings ook in dat onderwerp ben geïnteresseerd, sloeg ik snel de pagina over “Saône-et-Loire” op.
Na twee maal een “page down” gedaan te hebben zag ik een aantal plaatjes van kerken, waar ogenschijnlijk Chazelle ontbrak. Als je op zo’n plaatje met plaatsnaam eronder klikte, kreeg je een introductie voor je neus, met een korte beschrijving van een kerk, gevolgd door wat foto’s en indien aanwezig nog wat aanvullende informatie. Weliswaar allemaal in het Frans, maar daarom niet minder interessant. Daarna was het een kwestie van doorklikken naar de “Contact” pagina, er achter komen dat de site door een Nederlander, Eduard van Boxtel, wordt gerund en een e-mailtje naar de man sturen dat Chazelle ontbrak op zijn site. Bezint eer ge begint.
Ik kreeg een bijzonder vriendelijk mailtje terug, waaruit bleek dat Chazelle wel degelijk werd genoemd, hoewel er nog geen foto’s van waren. Mijn ongeduld was hier deels schuld aan: als ik nog een paar maal “page down” had gedaan, was ik terecht gekomen in een aantal lijsten waarin (bijna) alle romaanse kerken en kerkjes opgesomd werden, onderverdeeld in een sterrensysteem van 6 tot 1 ster. En daar stond Chazelle inderdaad bij. Na nog wat heen en weer geschrijf besloot ik de man aan een aantal foto’s te helpen van kerken die hij weliswaar in zijn lijst had staan, maar waar hij nog geen foto’s van had.
Bij het doorspitten van mijn foto’s van romaanse kerken kwam ik ook het gehucht Collonges (commune Lournand) tegen, dat bewegwijzerd staat als “Chapelle romane” aan de weg Cluny-Cormatin. In dat kapelletje staat een romaans doopvont dat oorspronkelijk uit een andere kapel (Chapelle de Cotte) was gekomen en nu in Collonges in gebruik is als wijwaterbak. Hoewel de kapel van Collonges zelf niet romaans is, vond Eduard het toch wel een interessant verhaal, zeker toen ik ook nog met een foto van het betreffende vont op de proppen kwam.
Intussen hebben Eduard en ik regelmatig contact gehad over bepaalde foto’s en details, en ik kon hem zelfs attent maken op een onooglijk romaans kapelletje in Cormatin, waar hij nog nooit van gehoord had.
En zo komt van het een het ander. Voor degenen die geïnteresseerd zijn in romaanse bouwkunst biedt de site La Bourgogne Romane een schat aan informatie. En degenen die wat geduldiger zijn dan ik kunnen ook nog wat opsteken over romaanse bouwkunst in het algemeen, de architectuur van Rome, Byzantijnse kerken, romaanse bouwkundige termen in het Frans, en waarschijnlijk nog wel meer, als je tenminste geduld op kunt brengen om te zoeken....
Voor onze eigen website klik hier.
dinsdag 21 augustus 2012
maandag 20 augustus 2012
Naar het middelpunt der aarde
Als vervolg op een vorige blog besloten we M. Piffaut van de “Association des amis du vieux Berzé (AVB)" op te bellen voor een afspraak om de gipsovens in Berzé te bezichtigen.
M. Piffaut was laaiend enthousiast, en we spraken af op een woensdag om 10h00 bij de Chapelle des Moines in Berzé. Daar stond ons een zware delegatie op te wachten. De burgemeester van Berzé was er (naar later bleek toevallig!) en nog twee andere actieve leden van de AVB. M. Piffaut en zijn vrienden gaven ons een bijzonder interessante rondleiding langs de twee verschillende typen gipsovens die zich daar bevonden.
Heel in het kort komt het er op neer dat de gips, een zacht afzettingsgesteente werd gewonnen in de naast gelegen gipsmijn, en afhankelijk van het type oven met hout werd verhit tot ca. 180 graden, terwijl bij een moderner type oven de brokken gips in lagen werden aangebracht afgewisseld met lagen steenkool. Met dit laatste type oven werd een soort continue proces gecreëerd.
Zodra de onderste laag klaar was om verwijderd te worden, gebeurde dat ook en zakten de daarboven gelegen lagen steenkool en gips omlaag, de steenkool werd aangstoken, de volgende gipslaag werd gebrand, terwijl de oven van bovenaf weer werd aangevuld, waarna het proces zich bleef herhalen. Het gips werd vervolgens in een nabijgelegen tredmolen met paardenkracht vermalen voor gebruik in de bouwindustrie, bv. als pleister of witkalk.
Vervolgens mochten we bij hoge uitzondering een mijngang in van een gedeelte van de mijn dat nog in tact was. De mijngangen lagen gelukkig niet erg diep, maar zijn vanwege instortingsgevaar gesloten voor het “normale” publiek.
De mijngangen waren reeds voor de sluiting van de gipsmijnen (rond 1900), maar ook daarna in gebruik als champignonkwekerijen. Deze sloten in 1959 de deuren na een dodelijk ongeluk door instorting van een deel van de mijn.
Het was een heel bijzondere ervaring, en M. Piffaut en zijn vrienden stelden alles in het werk ons zo duidelijk mogelijk uit te leggen hoe alles vroeger in zijn werk ging.
Want ze hadden veel research moeten doen, en hebben ook veel werk gehad met het uitgraven van de ovens. Een aantal mensen uit de commune hebben zich sinds ca. 1995 gedurende de zomer elke vrijdag van de week bezig gehouden met het uitgraven en schoonmaken van de inmiddels onder een laag aarde en met puin gevulde verdwenen gipsovens. Eén oven zat zelfs nog vol met lagen steenkool en gipsgesteente. En de ovens zijn handmatig, met schep en kruiwagen door de leden van de AVB leegehaald, bijna letterlijk een Sysyphusarbeid.
Enfin, we hadden een bijzonder aangename ochtend met onze nieuwe vrienden, en we zijn al door M. Piffaut gewaarschuwd dat we binnenkort een tegenbezoek in La Tuilerie kunnen verwachten van een vijftal AVB leden die geïnteresseerd zijn in baksteenproduktie.
En uiteraard zijn die van harte welkom!
Voor onze eigen website klik hier.
M. Piffaut was laaiend enthousiast, en we spraken af op een woensdag om 10h00 bij de Chapelle des Moines in Berzé. Daar stond ons een zware delegatie op te wachten. De burgemeester van Berzé was er (naar later bleek toevallig!) en nog twee andere actieve leden van de AVB. M. Piffaut en zijn vrienden gaven ons een bijzonder interessante rondleiding langs de twee verschillende typen gipsovens die zich daar bevonden.
Heel in het kort komt het er op neer dat de gips, een zacht afzettingsgesteente werd gewonnen in de naast gelegen gipsmijn, en afhankelijk van het type oven met hout werd verhit tot ca. 180 graden, terwijl bij een moderner type oven de brokken gips in lagen werden aangebracht afgewisseld met lagen steenkool. Met dit laatste type oven werd een soort continue proces gecreëerd.
Zodra de onderste laag klaar was om verwijderd te worden, gebeurde dat ook en zakten de daarboven gelegen lagen steenkool en gips omlaag, de steenkool werd aangstoken, de volgende gipslaag werd gebrand, terwijl de oven van bovenaf weer werd aangevuld, waarna het proces zich bleef herhalen. Het gips werd vervolgens in een nabijgelegen tredmolen met paardenkracht vermalen voor gebruik in de bouwindustrie, bv. als pleister of witkalk.
Vervolgens mochten we bij hoge uitzondering een mijngang in van een gedeelte van de mijn dat nog in tact was. De mijngangen lagen gelukkig niet erg diep, maar zijn vanwege instortingsgevaar gesloten voor het “normale” publiek.
De mijngangen waren reeds voor de sluiting van de gipsmijnen (rond 1900), maar ook daarna in gebruik als champignonkwekerijen. Deze sloten in 1959 de deuren na een dodelijk ongeluk door instorting van een deel van de mijn.
Het was een heel bijzondere ervaring, en M. Piffaut en zijn vrienden stelden alles in het werk ons zo duidelijk mogelijk uit te leggen hoe alles vroeger in zijn werk ging.
Want ze hadden veel research moeten doen, en hebben ook veel werk gehad met het uitgraven van de ovens. Een aantal mensen uit de commune hebben zich sinds ca. 1995 gedurende de zomer elke vrijdag van de week bezig gehouden met het uitgraven en schoonmaken van de inmiddels onder een laag aarde en met puin gevulde verdwenen gipsovens. Eén oven zat zelfs nog vol met lagen steenkool en gipsgesteente. En de ovens zijn handmatig, met schep en kruiwagen door de leden van de AVB leegehaald, bijna letterlijk een Sysyphusarbeid.
Enfin, we hadden een bijzonder aangename ochtend met onze nieuwe vrienden, en we zijn al door M. Piffaut gewaarschuwd dat we binnenkort een tegenbezoek in La Tuilerie kunnen verwachten van een vijftal AVB leden die geïnteresseerd zijn in baksteenproduktie.
En uiteraard zijn die van harte welkom!
Voor onze eigen website klik hier.
Labels:
Berzé-la-Ville,
industriële archeologie
zondag 19 augustus 2012
Wie leest er nou je blog?
Die vraag heb ik me vaak gesteld. En elke keer stuit je weer op totaal onbekenden die om wat voor reden dan ook op mijn blog terecht zijn gekomen.
Gisteren stond er een Fransman voor het hek, die omstandig kwam uitleggen dat hij mijn blog over tuilerieën in Bourgogne (uit 2009) op internet had gevonden. Uiteraard vroegen we hem even binnen om te horen hoe de vork precies in de steel zat, en toen brandde hij los. Hij was lid van de " Association des amis du vieux Berzé ", een dorp hier zo'n 25 km vandaan. Die vereniging restaureert o.a. een aantal oude gipsovens in dat plaatsje. Tijdens het opruimen hadden ze een aantal bakstenen gevonden met het stempel van "onze" steenfabriek erin. Daarna waren ze een zoekactie op internet begonnen naar de Tuilerie van Noël Marembaud in Chazelles, Cormatin, en zodoende waren ze op mijn oude (Engelstalige) blog terecht gekomen. Omdat hij vroeger een blauwe maandag in Engeland had gewerkt, las hij goed Engels, en kon hij de blog dus goed volgen. Hij had het verhaal dermate interessant gevonden, dat hij besloot om eens langs te gaan. We boden hem een rondleiding aan, die hij met graagte accepteerde, en toen bleek ook dat hij de blog goed had gelezen. Daarin werd namelijk vermeld dat we nooit een dakpan hadden gevonden met het fabrieksstempel, en dat was ook waar toen ik het schreef. Een paar weken terug echter kregen we van de burgemeester van Cormatin twee dakpannen, met fabrieksstempel, die ze op zijn beurt weer had gekregen van de voormalige veldwachter. De laatste was ergens een schuur aan het opruimen en vond een aantal pannen, die hij bij de burgemeester afleverde.
Onze nieuwe vriend echter maakte de opmerking dat het toch vreemd was dat er nooit pannen waren gebakken in La Tuilerie! En dat konden we dus meteen recht zetten. Na de rondleiding nam hij afscheid en drukte ons op het hart om zodra we even tijd hadden bij Berzé langs te gaan; we zouden dan een persoonlijke rondleiding door de gipsovens krijgen. En dat gaan we zeker doen!
Voor onze eigen website klik hier.
Gisteren stond er een Fransman voor het hek, die omstandig kwam uitleggen dat hij mijn blog over tuilerieën in Bourgogne (uit 2009) op internet had gevonden. Uiteraard vroegen we hem even binnen om te horen hoe de vork precies in de steel zat, en toen brandde hij los. Hij was lid van de " Association des amis du vieux Berzé ", een dorp hier zo'n 25 km vandaan. Die vereniging restaureert o.a. een aantal oude gipsovens in dat plaatsje. Tijdens het opruimen hadden ze een aantal bakstenen gevonden met het stempel van "onze" steenfabriek erin. Daarna waren ze een zoekactie op internet begonnen naar de Tuilerie van Noël Marembaud in Chazelles, Cormatin, en zodoende waren ze op mijn oude (Engelstalige) blog terecht gekomen. Omdat hij vroeger een blauwe maandag in Engeland had gewerkt, las hij goed Engels, en kon hij de blog dus goed volgen. Hij had het verhaal dermate interessant gevonden, dat hij besloot om eens langs te gaan. We boden hem een rondleiding aan, die hij met graagte accepteerde, en toen bleek ook dat hij de blog goed had gelezen. Daarin werd namelijk vermeld dat we nooit een dakpan hadden gevonden met het fabrieksstempel, en dat was ook waar toen ik het schreef. Een paar weken terug echter kregen we van de burgemeester van Cormatin twee dakpannen, met fabrieksstempel, die ze op zijn beurt weer had gekregen van de voormalige veldwachter. De laatste was ergens een schuur aan het opruimen en vond een aantal pannen, die hij bij de burgemeester afleverde.
Onze nieuwe vriend echter maakte de opmerking dat het toch vreemd was dat er nooit pannen waren gebakken in La Tuilerie! En dat konden we dus meteen recht zetten. Na de rondleiding nam hij afscheid en drukte ons op het hart om zodra we even tijd hadden bij Berzé langs te gaan; we zouden dan een persoonlijke rondleiding door de gipsovens krijgen. En dat gaan we zeker doen!
Voor onze eigen website klik hier.
Labels:
Berzé-la-Ville,
industriële archeologie,
La Tuilerie
zaterdag 14 juli 2012
Een afgeleid leven leiden
In Frankrijk is het woord "sosie" een begrip. Het woord betekent dubbelganger, en Frankrijk kent een groot aantal sosies van beroemde en/of geliefde artiesten, zoals Johnny Holiday, Cloclo et les Claudettes, enz. Ze treden op TV op, of in zalen door het hele land, al dan niet play-backend en zijn redelijk tot razend populair, afhankelijk van hun "kwaliteit" als sosie of de populariteit van hun idool.
Onlangs kwamen we in aanraking met iemand die uiterlijk niet op zijn idool lijkt, maar voor de rest volledig teert op de roem van zijn voorbeeld. Het gaat hier om Jean-Claude Blahat, die ooit piano speelde bij Bobby Lapointe (op de foto), die op zijn beurt regelmatig met Georges Brassens optrad in het Parijse cabaret Le Cheval d'Or.
Volgens eigen zeggen kende hij Brassens goed, en heeft hij ooit een chanson van de meester voorgezongen voor Brassens zelf. Voor zijn dood in 1981 gaf Brassens hem een schrift met en aantal chansons die hij nooit had uitgebracht. In 1999, Blahat was toen 55, begon hij op te treden met liedjes van Brassens, en liet hij zelfs een gitaar bouwen bij één van de gitaarbouwers waar de gitaar van Brassens vandaan kwam.
En sindsdien trekt hij door de provincie, met een programma "Blahat chante Brassens". Hoewel hij voorgeeft geen Brassens imitatie te doen, en slechts de jeugd die Brassens nooit heeft gekend een kans wil geven kennis te maken met het werk van de meester, doen zijn intonatie, uitspraak, ritmiek en gitaarspel wel erg sterk aan die van Brassens denken. Net als zijn voorbeeld treedt hij op met als begeleiding een contrabas. Het enige waarin hij erg verschilt van Brassens is zijn uiterlijk; verder rookt hij geen pijp, en is de kwaliteit van zijn gitaarspel en zang wel erg mager vergeleken met die van Brassens. Voor mij hoeft dit soort concerten dan ook niet zo nodig; ik zet dan liever een CD van Brassens zelf op.
Blahat trad op in de kerk van Chazelle, in het kader van "Guitares en Cormatinois".
Na afloop van het concert wordt er door de medewerkers van het festival gezamenlijk met de artiesten gegeten, en daar bleek Blahat een uitstekend causeur te zijn. Maar ook hier waren alle anekdoten die hij vertelde betrokken op Brassens en diens entourage en vrienden. Het was Lapointe voor, en Bourvil en Fernandel na. Onze Franse vrienden waren vol bewondering voor Blahat, en zijn verhalen gingen er bij hen in als Gods woord in een ouderling, maar ik voelde eigenlijk voornamelijk medelijden met de man, die nog steeds volledig teert op een aantal ontmoetingen in het verleden met een echt groot artiest....
Voor onze eigen website klik hier.
Onlangs kwamen we in aanraking met iemand die uiterlijk niet op zijn idool lijkt, maar voor de rest volledig teert op de roem van zijn voorbeeld. Het gaat hier om Jean-Claude Blahat, die ooit piano speelde bij Bobby Lapointe (op de foto), die op zijn beurt regelmatig met Georges Brassens optrad in het Parijse cabaret Le Cheval d'Or.
Volgens eigen zeggen kende hij Brassens goed, en heeft hij ooit een chanson van de meester voorgezongen voor Brassens zelf. Voor zijn dood in 1981 gaf Brassens hem een schrift met en aantal chansons die hij nooit had uitgebracht. In 1999, Blahat was toen 55, begon hij op te treden met liedjes van Brassens, en liet hij zelfs een gitaar bouwen bij één van de gitaarbouwers waar de gitaar van Brassens vandaan kwam.
En sindsdien trekt hij door de provincie, met een programma "Blahat chante Brassens". Hoewel hij voorgeeft geen Brassens imitatie te doen, en slechts de jeugd die Brassens nooit heeft gekend een kans wil geven kennis te maken met het werk van de meester, doen zijn intonatie, uitspraak, ritmiek en gitaarspel wel erg sterk aan die van Brassens denken. Net als zijn voorbeeld treedt hij op met als begeleiding een contrabas. Het enige waarin hij erg verschilt van Brassens is zijn uiterlijk; verder rookt hij geen pijp, en is de kwaliteit van zijn gitaarspel en zang wel erg mager vergeleken met die van Brassens. Voor mij hoeft dit soort concerten dan ook niet zo nodig; ik zet dan liever een CD van Brassens zelf op.
Blahat trad op in de kerk van Chazelle, in het kader van "Guitares en Cormatinois".
Na afloop van het concert wordt er door de medewerkers van het festival gezamenlijk met de artiesten gegeten, en daar bleek Blahat een uitstekend causeur te zijn. Maar ook hier waren alle anekdoten die hij vertelde betrokken op Brassens en diens entourage en vrienden. Het was Lapointe voor, en Bourvil en Fernandel na. Onze Franse vrienden waren vol bewondering voor Blahat, en zijn verhalen gingen er bij hen in als Gods woord in een ouderling, maar ik voelde eigenlijk voornamelijk medelijden met de man, die nog steeds volledig teert op een aantal ontmoetingen in het verleden met een echt groot artiest....
Voor onze eigen website klik hier.
maandag 21 mei 2012
Een vertekend beeld
Als kind ben ik opgegroeid met Paulus de Boskabouter, en ook las ik wel eens de avonturen van Bruintje Beer. In beide verhalen speelt een das een rol; Gregorius, de woorden verhaspelende vriend van Paulus, en Wim Das, een vriend van Bruintje, die overigens nooit een grote indruk op me heeft gemaakt.
Als je beide dieren met elkaar vergelijkt valt op hoe ze van elkaar verschillen.
En als diepgelovige aanhanger van Jean Dulieu heb ik altijd voetstoots aangenomen, dat een das meer op Gregorius leek dan op Wim Das.
Tot ... we onlangs, aan de kant van de weg een dood dier zagen liggen. Op dat stuk worden vrij regelmatig beverratten dood gereden, maar toch wilde ik er het mijne van hebben. Toen we er op de terugweg weer langs kwamen stopten we voor nader onderzoek, en bleek het om een dode jonge das te gaan.
Onnodig te zeggen, dat mijn vertrouwen in Jean Dulieu inmiddels danig geschokt is...
Voor onze eigen website klik hier.
Als je beide dieren met elkaar vergelijkt valt op hoe ze van elkaar verschillen.
En als diepgelovige aanhanger van Jean Dulieu heb ik altijd voetstoots aangenomen, dat een das meer op Gregorius leek dan op Wim Das.
Tot ... we onlangs, aan de kant van de weg een dood dier zagen liggen. Op dat stuk worden vrij regelmatig beverratten dood gereden, maar toch wilde ik er het mijne van hebben. Toen we er op de terugweg weer langs kwamen stopten we voor nader onderzoek, en bleek het om een dode jonge das te gaan.
Onnodig te zeggen, dat mijn vertrouwen in Jean Dulieu inmiddels danig geschokt is...
Voor onze eigen website klik hier.
zaterdag 28 april 2012
Water naar de zee dragen
Het gebeurt regelmatig dat gasten ons vragen of we nog iets nodig hebben uit Nederland. Meestal draait het voor ons om een kruik Corenwyn, een pot sambal of een fles ketjap manis, dingen die hier niet te krijgen zijn. Laatst kwamen we er achter, dat we hier nergens bawang goreng konden krijgen, en dat is toch wel erg lekker over de nasi goreng of in de soto soep.
Gelukkig waren een paar gîtegasten die dit voorjaar een weekje bij ons bivakkeerden zo goed om behalve wat Corenwyn ook twee zakken bawang goreng voor ons mee te brengen. Vanavond staat er dus soto soep op het menu.
Maar zijn dat soort zaken nou echt nergens te krijgen?
Afgelopen maandag moesten we in Mâcon zijn, en omdat we nog wat tijd te doden hadden tot we bij de Chinees konden lunchen, schoten we nog even een elektronica zaak binnen.
En toen we daar het parkeerterrein af wilden rijden op weg naar de Chinees, zagen we opeens een (net geopende) zaak die Asia Shop heette.
Uiteraard stopten we daar om even rond te neuzen, en tot onze stomme verbazing verkochten ze daar allerlei soorten instant-mie, grote zakken pandanrijst, diverse kruidenmixen, sambal oelek in betaalbare potten van 800 g en ... zakken bawang goreng. Nou is het niet zo, dat we Henk en Ingrid, sorry, Henk en Gerda of anderen nooit meer wat hoeven te vragen. Per slot van rekening is 2 x 30 km op en neer naar Mâcon rijden voor een zakje bawang goreng een beetje overdreven. Zelfs als je bedenkt dat de Hollandse bawang goreng € 0.30 duurder was dan de Franse, blijft het aantrekkelijk om daar niet helemaal voor naar Mâcon te hoeven rijden...
Gelukkig waren een paar gîtegasten die dit voorjaar een weekje bij ons bivakkeerden zo goed om behalve wat Corenwyn ook twee zakken bawang goreng voor ons mee te brengen. Vanavond staat er dus soto soep op het menu.
Maar zijn dat soort zaken nou echt nergens te krijgen?
Afgelopen maandag moesten we in Mâcon zijn, en omdat we nog wat tijd te doden hadden tot we bij de Chinees konden lunchen, schoten we nog even een elektronica zaak binnen.
En toen we daar het parkeerterrein af wilden rijden op weg naar de Chinees, zagen we opeens een (net geopende) zaak die Asia Shop heette.
Uiteraard stopten we daar om even rond te neuzen, en tot onze stomme verbazing verkochten ze daar allerlei soorten instant-mie, grote zakken pandanrijst, diverse kruidenmixen, sambal oelek in betaalbare potten van 800 g en ... zakken bawang goreng. Nou is het niet zo, dat we Henk en Ingrid, sorry, Henk en Gerda of anderen nooit meer wat hoeven te vragen. Per slot van rekening is 2 x 30 km op en neer naar Mâcon rijden voor een zakje bawang goreng een beetje overdreven. Zelfs als je bedenkt dat de Hollandse bawang goreng € 0.30 duurder was dan de Franse, blijft het aantrekkelijk om daar niet helemaal voor naar Mâcon te hoeven rijden...
zaterdag 25 februari 2012
Een bekentenis
Ik moet een bekentenis afleggen : ik ben dol op opera. Nou, ja, dol op opera; ik ben dol op één opera.
En die ene is “La Traviata” van Verdi. Hoe dat zo gekomen is? Dat is een lang verhaal...
Het begon allemaal begin zeventiger jaren met een set van 3 LP’s die ik van een Russische vrouw in een soort van cadeau-uitwisselingsprogramma ontving: “Let it be” van de Beatles ging naar de Sovjet Unie, en ik kreeg “La Traviata” in het Russisch terug, in een typische Sovjet Melodia luxeverpakking. Ik werd al snel gegrepen door de mooie muziek, en hoewel ik in die dagen wat aan Russisch deed, moest ik me toch voornamelijk behelpen met een beknopt verhaal uit een boek over opera’s om er achter te komen waar La Traviata zo ongeveer over ging.
Maar nogmaals, de muziek vond ik prachtig, en daar deed de Russische uitvoering niets aan af.
Een aantal jaren later zag ik “La Traviata” een keer op TV, in het Italiaans en met ondertitels, en sindsdien ben ik verkocht als het om díe opera gaat. Inmiddels had ik ook Dumas fils’ “La Dame aux Camélias” gelezen.
Nog weer wat later, na de val van de muur, begonnen er opeens niet onverdienstelijke Oost-Europese operagezelschappen op tournee te gaan, en zo zag ik mijn eerste “La Traviata” live uitgevoerd door een Pools gezelschap.
Denkende dat één opera wel een beetje magertjes klinkt voor een echte operaliefhebber, breidde ik mijn aandachtsveld een beetje uit. En ja, wat kies je dan? “La Bohème” kende ik al van de TV, net als “Madame Butterfly”. “Die Zauberflöte”, “Così Fan Tutte”, Le Nozze di Figaro” en “Carmen” gingen er ook best wel in, maar dan praten we toch wel over het lichtere werk. Wagner lag me om politieke redenen niet zo, maar Tsjaikovski kon ik als componist wel waarderen, en Poesjkin ging er bij mij ook goed in, dus waarom niet “Schoppenvrouw” en “Jevgeni Onegin” geprobeerd? Zo gezegd zo gedaan.
Maar noch “Schoppenvrouw”, noch “Onegin” spraken me erg aan, zodat ik me na me nog een paar maal aan een wat zwaardere opera gewaagd te hebben, me maar tot de lichtere Mozart, “Carmen” van Bizet en “La Traviata” beperk. Dus van welke opera staat er inmiddels een fraaie uitvoering op DVD op de plank, die ook regelmatig afgespeeld wordt? Drie maal raden...
Hoe kom ik nou opeens op zo’n verhaal terecht? De film “The Artist” werd onlangs vertoond in een buurtcentrum in een nabijgelegen dorp, maar omdat we die avond bezet waren konden we er niet heen. Na wat Googelen bleek de film ook in een echte bioscoop in Chalon te draaien, dus togen we naar Chalon, naar de bioscoop Axel en bekeken de film, die inderdaad best de moeite van 30 km rijden waard bleek te zijn. Na afloop stond ik nog even wat te bladeren in de diverse folders, en wat bleek? Deze bioscoop vertoont op geregelde tijden live uitvoeringen van opera’s die in het New Yorkse Metropolitan Opera House worden vertoond.
En wie schetst mijn verbazing, toen ik zag dat op 14 april a.s. “La Traviata” wordt vertoond, “live” vanuit New York, met (hopelijk) Amerikaanse onder- of boventiteling...
Voor onze eigen website klik hier.
En die ene is “La Traviata” van Verdi. Hoe dat zo gekomen is? Dat is een lang verhaal...
Het begon allemaal begin zeventiger jaren met een set van 3 LP’s die ik van een Russische vrouw in een soort van cadeau-uitwisselingsprogramma ontving: “Let it be” van de Beatles ging naar de Sovjet Unie, en ik kreeg “La Traviata” in het Russisch terug, in een typische Sovjet Melodia luxeverpakking. Ik werd al snel gegrepen door de mooie muziek, en hoewel ik in die dagen wat aan Russisch deed, moest ik me toch voornamelijk behelpen met een beknopt verhaal uit een boek over opera’s om er achter te komen waar La Traviata zo ongeveer over ging.
Maar nogmaals, de muziek vond ik prachtig, en daar deed de Russische uitvoering niets aan af.
Een aantal jaren later zag ik “La Traviata” een keer op TV, in het Italiaans en met ondertitels, en sindsdien ben ik verkocht als het om díe opera gaat. Inmiddels had ik ook Dumas fils’ “La Dame aux Camélias” gelezen.
Nog weer wat later, na de val van de muur, begonnen er opeens niet onverdienstelijke Oost-Europese operagezelschappen op tournee te gaan, en zo zag ik mijn eerste “La Traviata” live uitgevoerd door een Pools gezelschap.
Denkende dat één opera wel een beetje magertjes klinkt voor een echte operaliefhebber, breidde ik mijn aandachtsveld een beetje uit. En ja, wat kies je dan? “La Bohème” kende ik al van de TV, net als “Madame Butterfly”. “Die Zauberflöte”, “Così Fan Tutte”, Le Nozze di Figaro” en “Carmen” gingen er ook best wel in, maar dan praten we toch wel over het lichtere werk. Wagner lag me om politieke redenen niet zo, maar Tsjaikovski kon ik als componist wel waarderen, en Poesjkin ging er bij mij ook goed in, dus waarom niet “Schoppenvrouw” en “Jevgeni Onegin” geprobeerd? Zo gezegd zo gedaan.
Maar noch “Schoppenvrouw”, noch “Onegin” spraken me erg aan, zodat ik me na me nog een paar maal aan een wat zwaardere opera gewaagd te hebben, me maar tot de lichtere Mozart, “Carmen” van Bizet en “La Traviata” beperk. Dus van welke opera staat er inmiddels een fraaie uitvoering op DVD op de plank, die ook regelmatig afgespeeld wordt? Drie maal raden...
Hoe kom ik nou opeens op zo’n verhaal terecht? De film “The Artist” werd onlangs vertoond in een buurtcentrum in een nabijgelegen dorp, maar omdat we die avond bezet waren konden we er niet heen. Na wat Googelen bleek de film ook in een echte bioscoop in Chalon te draaien, dus togen we naar Chalon, naar de bioscoop Axel en bekeken de film, die inderdaad best de moeite van 30 km rijden waard bleek te zijn. Na afloop stond ik nog even wat te bladeren in de diverse folders, en wat bleek? Deze bioscoop vertoont op geregelde tijden live uitvoeringen van opera’s die in het New Yorkse Metropolitan Opera House worden vertoond.
En wie schetst mijn verbazing, toen ik zag dat op 14 april a.s. “La Traviata” wordt vertoond, “live” vanuit New York, met (hopelijk) Amerikaanse onder- of boventiteling...
Voor onze eigen website klik hier.
woensdag 30 november 2011
Gérard Plussauvages
Het lijkt erop dat Frankrijk een equivalent heeft van onze eigen onvervalste linkse hobby hater Geert Wilders, en we noemen hem voor het gemak maar even Gérard Plussauvages.
Ook in Frankrijk staan de subsidies voor zulke verachtelijke linkse uitspattingen als concerten, theatershows en toneelspel onder steeds zwaardere druk. We ondervonden dat tijdens de algemene ledenvergadering en het jaarlijkse etentje (weer van die overbodige Cormatinoise grachtengordel luxe!), aangeboden aan alle vrijwilligers die geholpen hadden bij het jaarlijkse festival “Les Rendez-Vous de Cormatin” door het gezelschap dat het theaterdeel voor zijn rekening neemt, de Studio Asnières uit de buurt van Parijs.
De opbouw van toneelvloeren en de benodigde tenten voor buitenvoorstellingen, de aanvoer van en het opzetten van de stoelen voor de tot theater omgebouwde landbouwschuur en voor de inrichting van het openluchttheater, de kaartjescontrole tijdens de voorstellingen, en nog een aantal andere hand- en spandiensten nodig om het festival tot een succes te maken worden gedaan door zo’n 40 à 50 vrijwilligers uit Cormatin en omgeving.
De toneelspelers, technici en organisatoren zijn zich er goed van bewust dat zonder die vrijwilligers het theaterfestival niet gehouden kan worden zonder nog veel hogere kosten te maken dan al het geval is. En het gezelschap, ongetwijfeld gesubsidieerd door nog wat restjes ondergedoken ex-communisten uit het voormalig Oostblok, vindt dat ze ook nog een ideële taak hebben; ze leiden, ook tijdens het festival een aantal veelbelovende acteurs op zodat het Franse toneel kan blijven putten uit een reservoir van jonge toneelspelers.
Enfin, na de (eenvoudige doch voedzame) maaltijd kwam de niet-islamitische aap uit de mouw: in elk bestuursorgaan dat subsidies verstrekt blijkt Gérard Plussauvages zijn zetmannen te hebben. Zowel de regio Ile-de-France als het département Hauts-de-Seine als de gemeente Asnières-sur-Seine hebben de kraan zodanig dicht gedraaid dat er volgend jaar geen sprake meer kan zijn van vijf verschillende voorstellingen. Het enige wat Hervé van der Meulen van Studio Asnières kon garanderen was dat er volgend jaar in elk geval één cabaretvoorstelling kan plaats vinden, maar hoe het gaat met de toneelstukken is een open vraag.
En of de regio Bourgogne, het département Saône-et-Loire, de Communauté de Communes entre Grosne et Guye CCGG, het canton Saint-Gengoux en de gemeente Cormatin voldoende geld op willen en kunnen hoesten om het festival op het oude peil te laten doorgaan is zeer de vraag. Waarschijnlijk is er volgend jaar dus beduidend minder werk voor de vrijwilligers. Bedankt, Geert!
Ook in Frankrijk staan de subsidies voor zulke verachtelijke linkse uitspattingen als concerten, theatershows en toneelspel onder steeds zwaardere druk. We ondervonden dat tijdens de algemene ledenvergadering en het jaarlijkse etentje (weer van die overbodige Cormatinoise grachtengordel luxe!), aangeboden aan alle vrijwilligers die geholpen hadden bij het jaarlijkse festival “Les Rendez-Vous de Cormatin” door het gezelschap dat het theaterdeel voor zijn rekening neemt, de Studio Asnières uit de buurt van Parijs.
De opbouw van toneelvloeren en de benodigde tenten voor buitenvoorstellingen, de aanvoer van en het opzetten van de stoelen voor de tot theater omgebouwde landbouwschuur en voor de inrichting van het openluchttheater, de kaartjescontrole tijdens de voorstellingen, en nog een aantal andere hand- en spandiensten nodig om het festival tot een succes te maken worden gedaan door zo’n 40 à 50 vrijwilligers uit Cormatin en omgeving.
De toneelspelers, technici en organisatoren zijn zich er goed van bewust dat zonder die vrijwilligers het theaterfestival niet gehouden kan worden zonder nog veel hogere kosten te maken dan al het geval is. En het gezelschap, ongetwijfeld gesubsidieerd door nog wat restjes ondergedoken ex-communisten uit het voormalig Oostblok, vindt dat ze ook nog een ideële taak hebben; ze leiden, ook tijdens het festival een aantal veelbelovende acteurs op zodat het Franse toneel kan blijven putten uit een reservoir van jonge toneelspelers.
Enfin, na de (eenvoudige doch voedzame) maaltijd kwam de niet-islamitische aap uit de mouw: in elk bestuursorgaan dat subsidies verstrekt blijkt Gérard Plussauvages zijn zetmannen te hebben. Zowel de regio Ile-de-France als het département Hauts-de-Seine als de gemeente Asnières-sur-Seine hebben de kraan zodanig dicht gedraaid dat er volgend jaar geen sprake meer kan zijn van vijf verschillende voorstellingen. Het enige wat Hervé van der Meulen van Studio Asnières kon garanderen was dat er volgend jaar in elk geval één cabaretvoorstelling kan plaats vinden, maar hoe het gaat met de toneelstukken is een open vraag.
En of de regio Bourgogne, het département Saône-et-Loire, de Communauté de Communes entre Grosne et Guye CCGG, het canton Saint-Gengoux en de gemeente Cormatin voldoende geld op willen en kunnen hoesten om het festival op het oude peil te laten doorgaan is zeer de vraag. Waarschijnlijk is er volgend jaar dus beduidend minder werk voor de vrijwilligers. Bedankt, Geert!
zondag 27 november 2011
15 minuten beroemdheid?

Zoals gewoonlijk ging ik afgelopen vrijdag mijn krantje halen bij de Tabac, en toen ik dat opensloeg stond op de voorpagina dat Cluny zich voorbereidde op de begrafenis van Danielle Mitterrand, de weduwe van ex-president François Mitterrand. Op het gevaar af uitgemaakt te worden voor ramptoeristen besloten we te zien of we daar een glimp van op konden vangen. Uit de krant werd al snel duidelijk dat Cluny op zaterdag forse verkeersproblemen zou krijgen. Niet alleen was daar de begrafenis, waarvoor 200 genodigden en een 2000 belangstellenden werden verwacht; daarnaast was er ’s ochtends de drukbezochte weekmarkt, en ook de ENSAM (technische universiteit) had een soort open dag ingepland. Diverse invalswegen zouden vanaf vrijdagavond t/m zaterdagavond afgesloten zijn, en ook een fors aantal parkeerterreinen waren alleen toegankelijk voor genodigden. Iedereen werd gevraagd te parkeren op het (gigantische) parkeerterrein van de Equivallée, dat normaal alleen gebruikt word bij spring concoursen voor paarden e.d.
Aangezien we zaterdag steevast naar de markt gaan in Cluny om fruit te kopen, en dan na afloop de Franse versie van een broodje shoarma te scoren, dachten we dat te kunnen combineren met proberen een glimp op te vangen van de begrafenis.
We parkeerden bij de Intermarché, waarvandaan het een kwartier stevig doorstappen is naar het centrum van Cluny. Onze eerste gang was naar de VVV, waar we hoorden wat waar en wanneer zou plaats vinden. Alles bleek toegankelijk voor het publiek, behalve de echte begrafenis, en de dame van de VVV gaf ons vriendelijk wat achtergrondinformatie. Samen met wat we uit de krant of tijdens de plechtigheid oppikten, kwam het neer op het volgende.Danielle Gouzee bracht haar jeugd door in Cluny, en tijdens de oorlog (haar ouders zaten in het verzet) ontmoette ze de jonge verzetsstrijder François Mitterrand. Haar familie ligt deels in Cluny begraven, vandaar dat de begrafenis hier plaats zou vinden.
Rond kwart over twee stonden we dan ook in het Parc de l’abbaye, waar de begrafenisplechtigheid zou worden gehouden. Langzaam druppelden de genodigden binnen, en het was niet verwonderlijk dat er een zware delegatie van de PS aanwezig was. François Hollande, de gedoodverfde opvolger van onze Petit Nicolas, en Martine Aubry (Eerste Secretaris van de PS) waren gemakkelijk te herkennen, en zaten vlakbij waar wij stonden. Ook Jack Lang (ex-minister) en Frédéric Mitterrand (als minister van cultuur afgevaardigd door de regering Fillon -van de tegenpartij- en familielid) waren aanwezig.
De ENSAM had voor een erehaag van studenten in galauniform gezorgd (en dat ziet er beduidend anders uit dan hun dagelijkse extravagante kloffie), een vriend van de overledene speelde muziek van Chopin en om half drie werd de kist bij de bloemen opgesteld. Bij Franse First Ladies is het zeer gebruikelijk dat ze actief zijn bij humanitaire en/of charitatieve organisaties. Zo is Bernadette Chirac zeer actief in de fondation Claude-Pompidou (hulp aan bejaarden, gehospitaliseerde zieken en gehandicapte kinderen) en was Danielle Mitterrand presidente van France Liberté, een organisatie die zich o.a. inzet voor een rechtvaardiger wereld en voor de rechten van de mens. Er waren bij de genodigden een aantal mensen uit Kurdistan, een land waar France Liberté recentelijk actief is geweest.De plechtigheid duurde een goed uur, met toespraken van Michel Joli, secretaris-generaal van France Liberté, en Gilbert Mitterrand, een zoon, en muziek door een Koerdische muzikant.
Nadat de pianist Miguel Angel Estrella een bekende Argentijnse tango had ingezet, werd de kist weer op de schouders van de dragers gehesen en begaf de cortège zich langzaam naar Danielle Mitterrands laatste rustplaats.Al met al vond ik het een indrukwekkende plechtigheid, hoewel niet alle bewoners van La Tuilerie het hiermee eens zijn.
En áls François Hollande volgend jaar president wordt, kan hij trots zeggen “En ik heb ooit nog 's op een paar meter afstand gestaan van Cees van Halderen, je weet wel, die blogger...”.
Abonneren op:
Posts (Atom)























